Houden van homo’s

Houden van homo’s

  • mei 2011
  • Posted By spring
  • 0 Comments

Op een christelijk internetforum gaat het weer eens over homoseksualiteit. Diep gekwetst en heel boos reageren sommige deelnemers op christenen die homoseksualiteit zonde noemen: “jullie zijn onverdraagzaam”, “jullie hebben het altijd over zonde bij een ander, maar hoe zit het met jullie zelf?” “jullie weten het zo goed omdat jullie denken de waarheid in pacht te hebben”.

Een bekende christelijke leider wordt geïnterviewd door een verslaggever. “Hoe kijkt u aan tegen homoseksualiteit?” “Ik kan niet anders dan de Bijbel naspreken, het is zonde”, is zijn antwoord. Hoezeer deze christen vervolgens zijn best doet om duidelijk te maken dat hij homoseksuele mensen liefheeft en respecteert, hij heeft een indruk achtergelaten die als veroordelend wordt geïnterpreteerd. Er is een kloof ontstaan die niet te overbruggen lijkt.

Een pastorale werker heeft een gesprek met twee mannen die sinds kort de kerkelijke gemeente, waaraan hij verbonden is, bezoeken. Ze hebben al enkele jaren een relatie. Hij luistert naar hun verhaal. Maar hij heeft de afgelopen week veel nagedacht over hoe hij communiceren moet dat in zijn gemeente homorelaties eigenlijk niet aanvaardbaar zijn. Hij vindt zichzelf in een lastig parket zitten.

Welke boodschap communiceren wij als we in aanraking komen met homoseksuele mensen die geen christen zijn of met hen die christen zijn maar een andere kijk hebben op (homo)seksualiteit? Deze vraag blijft me bezighouden. Ik ervaar het als een soort worsteling omdat ik niet tevreden ben met hoe christenen met een orthodox-christelijke visie in het algemeen hun boodschap communiceren. Ook niet met hoe ik zelf in het verleden altijd hiermee ben omgegaan. Zowel in het publieke domein als in het persoonlijke verkeer gaat het mijns inziens dikwijls mis. Onze boodschap komt niet over of wordt niet begrepen. Moeten we de oorzaak hiervan dan niet vooral bij de ander zoeken? Moeten we er ons maar bij neerleggen omdat er nu eenmaal een kloof is tussen mensen die de Bijbel als het Woord van God aanvaarden en mensen die niet gelovig zijn? Of dat sommige christenen de Bijbel nu eenmaal anders uitleggen en dat hier dus sprake is van een wereld van verschil? Als onze boodschap wordt geïnterpreteerd als ‘veroordelend’, vind ik het te gemakkelijk om dan maar te zeggen dat dit te wijten is aan de ander die ons blijkbaar niet goed begrijpt of ons niet wil begrijpen. Hoe zit het met onszelf? Hebben wij de juiste boodschap gebracht? En hebben we dit op de juiste manier gedaan? Zelfreflectie is op zijn plaats.

Zicht op God

Ik heb al vaker over dit onderwerp geschreven. Waarom houdt dit mij zo bezig? Waarom raakt het mij persoonlijk? Waarom reageer ik wrevelig als christenen niet verder komen dan zeggen dat homoseksualiteit te maken heeft met zonde? Toen ik hierover nadacht zag ik hoe mijn reactie te maken heeft met mijn levensverhaal. Misschien ligt ook om die reden hier mijn passie. Ik hoop dat de lezer niet alleen zal instemmen met mijn benadering maar dat hij zich ook zal realiseren dat het toepassen ervan heel wat overhoop kan halen als het gaat om de manier waarop we naar andersdenkenden communiceren over homoseksualiteit.

Centraal in mijn denken over dit onderwerp is de overtuiging dat wij als christenen niet in de eerste plaats een moraal moeten prediken maar dat we geroepen zijn om te laten zien wie God is.

Toen ik op jonge leeftijd tot geloof kwam, was ik bang voor mezelf en voor mijn innerlijke wereld. Ik wilde Jezus volgen maar ervoer mijn ingewikkelde binnenkant als een soort vijand. Ik zocht houvast in duidelijke standpunten maar ging daar op zo’n manier mee om dat ik niet hoefde te kijken naar wat zich van binnen afspeelde. Als de Bijbel homoseksualiteit afwijst, betekent dit eenvoudig dat ik ‘nee’ moet zeggen tegen alles wat met homoseksualiteit te maken heeft. Als de Bijbel zegt dat ik een kind van God ben, moet ik leven als een kind van God en homoseksualiteit achter mij laten. Geloven had te maken met vooral de terreinen van mijn verstand en mijn gedrag. Ik had echter niet door dat ik voorbij ging aan het feit dat God mij als totale persoon op het oog had en dat mijn gebrokenheid geen sta-in-de-weg was voor Hem maar voor Hem juist aanleiding was om zijn liefde te tonen. Hierover heb ik geschreven in het vorige nummer.1 Rond mijn vijfendertigste begon een proces dat een ware omwenteling betekende in hoe ik mijn christen-zijn beleefde. Mede door mijn verleden en dankzij het proces dat toen ingang is gezet, heb ik, denk ik, in de loop van de jaren voelsprieten ontwikkeld met betrekking tot dit onderwerp. Heel lang heb ik geleefd vanuit Bijbelse waarheden en toch had ik een vertekend beeld van wie God is. Het verkondigen van Bijbelse waarheden – dikwijls gaat het om een deel van de waarheid – is geen garantie dat mensen zicht krijgen op wie God in werkelijkheid is. We vertellen waarheid en toch slaan we de plank mis.

Het is ook goed ons te realiseren dat homoseksualiteit samenhangt met kwesties die mensen diep van binnen raken. Mensen zijn oprecht op zoek naar intimiteit, ze hebben te maken (gehad) met afwijzing en pijn. De evangeliën laten zien dat Jezus afdaalde naar het niveau waar mensen zich op dat moment bevonden. Zijn wij bereid werkelijk aan te sluiten bij waar mensen vandaag zijn?

Vredestichters

In onze kringen leggen we sterk de nadruk op onze roeping trouw te blijven aan de Bijbel als het Woord van God. Zeker als het gaat om het terrein van seksualiteit vinden we het belangrijk Bijbelgetrouw te zijn. Met zorg zien we verschuivingen plaatsvinden in de christelijke wereld. We moeten echter oppassen om het label Bijbelgetrouw te verengen tot onze visie op seksualiteit, het heeft op veel meer dan dit betrekking.

Een paar jaar geleden is er in BinnensteBuiten een artikel gepubliceerd van Wendy Gritter, directeur van de Canadese organisatie New Direction. In de vorm van een brief op Ex-Gay-Watch reikt zij de hand naar ex-ex-gays. Ex-Gay-Watch is een site waarop artikelen verschijnen waarin de ex-gay beweging kritisch wordt gevolgd door mensen die zich ooit ex-gay noemden. In haar brief betuigt Wendy Gritter spijt vanwege de manier waarop men binnen “ex-gay bedieningen” vaak is omgegaan met mensen die om welke reden dan ook deze bedieningen de rug toe hebben gekeerd.2 Onlangs was ik aan het surfen op internet en kwam opnieuw terecht bij New Direction. Ik was verrast door de wijze waarop deze organisatie vandaag de dag haar boodschap uitdraagt, ook richting homoseksuele mensen die geen christen zijn of christenen met een andere visie op (homo)seksualiteit. Ik zag dat ze een programma hebben, genaamd “Bridging the Gap – Conversations on Befriending our Gay Neighbours” (De kloof overbruggen – gesprekken over vriendschappen aangaan met onze homoseksuele buren). Op een trailer op youtube, waarin dit programma wordt voorgesteld, uit Brian Pengelly de gedachte dat trouw zijn aan de Bijbel niet alleen betekent een Bijbelse visie op seksualiteit hebben maar dat het ook van belang is gehoor te geven aan de woorden van Jezus: “Zalig de vredestichters” en: “Alles wat gij nu wilt dat de mensen doen, doet gij hun ook aldus”. Het gevaar bestaat dat we zo gericht zijn om Bijbelgetrouw te zijn met betrekking tot het onderwerp seksualiteit, dat we ons op een manier positioneren tegenover mensen met een andere visie, zowel niet-christenen als christenen, dat we vergeten het hart van de Vader te laten zien. Dit is wat New Direction probeert te doen richting de homoseksuele gemeenschap in Canada.

Mensen hebben de neiging naar anderen te kijken als onderdeel van een bepaalde groep. Ze zetten zich af tegen een groep als die standpunten heeft die strijdig zijn met de eigen standpunten. Vredestichters zoeken een andere manier van omgaan met verschillen. Wat mij zo raakt in Jezus is dat Zijn keuze om hoeren en tollenaars op te zoeken niet betekent dat Hij Farizeeërs links laat liggen. En visa versa. Hij ziet mensen niet als vertegenwoordigers van een bepaalde groep maar als unieke mensen die geschapen zijn naar het beeld van God maar ook gebrokenheid kennen in hun leven. Zijn aanvaardende liefde breekt door grenzen heen die door mensen zijn gemaakt.

Wat komt eerst

In het artikel “You CAN’T be a Christian – I don’t hate you!” (“Jij kunt geen christen zijn – ik haat je niet”) vertelt Brian Pengelly hoe hij op een bepaald moment ervoor kiest vriendschappen te sluiten met homoseksuele mensen buiten de kerk. Hij merkt algauw dat deze mensen negatieve ervaringen met christenen hebben. Dit ontmoedigt hem. “Waar ben ik aan begonnen?” is zijn reactie. “Wat kan ik zeggen wat niet tot gevolg heeft dat men reageert vanuit angst, boosheid of een gevoel van afwijzing?” Hij trekt anderhalf jaar op met homoseksuele mensen. Dan merkt hij dat zijn homoseksuele vrienden helemaal niet afwijzend staan tegenover Jezus of tegenover het evangelie. Hij ontdekt dat zijn homoseksuele vrienden hem (of welke christen dan ook) een aantal essentiële dingen willen laten weten. Pas daarna kan het onderwerp ‘geloof’ aan bod komen.

1. Alsjeblieft, leer mij kennen.

Pengelly vertelt dat zijn homoseksuele vrienden veel te maken hebben gehad met christenen die vertellen wat zij zouden moeten doen zonder hen eerst te leren kennen. Deze christenen hebben nooit tijd genomen om intensief naar hen te luisteren en hen te begrijpen tegen de achtergrond van hun levens. Deze christenen lieten hen achter met het gevoel onbelangrijk en niet geliefd te zijn.

Ik herinner me uit de begintijd van mijn christen-zijn dat ik een conferentie bijwoonde en daar nogal met mijzelf in de knoop zat. Na enig aarzelen trok ik de stoute schoenen aan en ging praten met een pastorale werker. Ik had nog nooit aan een volwassene verteld dat ik homoseksuele gevoelens had. Even daarvoor had ik dit wel kunnen vertellen aan een leeftijdsgenoot. Ik kwam niet meteen met mijn verhaal op de proppen. De man begon op een gegeven moment zelf te spreken over homoseksualiteit. Misschien had hij een vermoeden dat ik wel eens kon worstelen met homoseksualiteit. Toen ik voorzichtig aangaf dat hier mijn probleem lag, begon de man mij streng toe te spreken en maande mij aan alle pornoboekjes weg te gooien. Ik had in die tijd echter een grote angst voor God, om die reden durfde ik geen pornoboekjes te bekijken, laat staan ze in mijn bezit te hebben. Wat gebeurde hier? Deze pastorale werker nam niet de tijd om naar mij te luisteren. Het bevestigde me in de zelfbeschuldigende houding die ik tegenover mezelf had ingenomen. Gelukkig maakte God zich op een totaal andere manier aan mij bekend tijdens datzelfde weekend.

Ik besef dat dit een tamelijk extreem voorbeeld is. Maar veel homoseksuele mensen die de kerk de rug toe hebben gekeerd, hebben dergelijke ervaringen. Ze kwamen in aanraking met christenen die meteen een verklaring gaven waarom ze homoseksueel waren: “je seksuele gevoelens zijn verward omdat je waarschijnlijk seksueel misbruikt bent”. Of: “waarschijnlijk ben je de juiste levenspartner nog niet tegengekomen, want als dat gebeurt zal een heteroseksueel huwelijk wel tot de mogelijkheden gaan behoren”. Dit zijn de voorbeelden die Pengelly noemt. Zijn vrienden waren door christenen nooit serieus genomen. Er was geen erkenning geweest voor hun unieke verhaal.

Als ik voor pastorale werkers over homoseksualiteit spreek, geef ik hen vaak mee dat ze drie zaken in praktijk moeten brengen. Het eerste is luisteren, het tweede is luisteren en het derde is luisteren. Pastorale werkers kunnen in een valkuil lopen als ze vooral gespitst zijn op tekenen van zondig gedrag of als ze vooral oplossingsgericht zijn. Ze gaan voorbij aan de legitieme behoefte: “leer mij kennen”. Als dit voor het pastoraat geldt, dan geldt dit zeker voor onze omgang met homoseksuele mensen buiten de kerk.

2. Dwang is niet oké.

Ook hier beschrijft Pengelly situaties die zijn homoseksuele vrienden hadden meegemaakt. Christenen die hen onder druk hadden gezet om te stoppen met hun levenswijze. Jongeren die uit huis werden gezet of door hun ouders gewaarschuwd werden dat als ze niet zouden veranderen ze niet meer hoefden te rekenen op financiële ondersteuning bij hun studie. Dwang uitoefenen kan echter ook op een minder directe wijze gebeuren. Mensen het gevoel geven dat ze pas geliefd zijn als ze voldoen aan de voorwaarden. Of door het christenleven voor te stellen als iets dat je zelf moet waarmaken en dat je als dit niet gebeurt, je uit de gratie valt. Welke vorm dwang ook aanneemt, het heeft een averechts effect, mensen verharden zich juist tegenover het christelijk geloof.

3. Vertel me over Jezus!

Hierboven heb ik aangegeven dat we vaak menen dat we in onze communicatie naar buiten vooral moeten duidelijk maken hoe we vanuit de Bijbel aankijken tegen seksualiteit. We vergeten dan dat het in het evangelie gaat om een Persoon: Jezus. Het gaat er om dat mensen Jezus leren kennen. Weerspiegelen wij Hem in onze levens? Zien mensen Jezus in ons? Het gaat niet in de eerste plaats om ‘praten’, ook niet alleen om ‘doen’, maar om ‘zijn’. Pas als mensen Jezus hebben leren kennen, zullen ze gaan stilstaan bij wat de Bijbel zegt over seksualiteit.

4. Als je echt van me houdt, zorg dan voor me!

Veel van Pengelly’s vrienden kenden de uitspraak “God haat de zonde, maar de zondaar heeft Hij lief”. Ze kenden echter geen voorbeelden van christenen die hun liefde aan hen lieten zien. Helaas laten sommige christenen zich niet leiden door liefde maar door angst. Angst doet hen denken: als we liefde laten zien aan homoseksuele mensen, kunnen ze dit gaan beschouwen als een vorm van bevestiging van hun zondige levenswijze. Dus is het oké om afstandelijk te doen of is liefde gelijk aan waarschuwen: als je blijft leven in zonde, loopt het niet goed met je af. Pengelly vertelt dat de barrières tussen hem en zijn vrienden definitief verdwenen toen hij de bereidheid toonde hen te dienen op het niveau waar ze waren. Bijvoorbeeld door ze een lift te geven als ze die nodig hadden, bijvoorbeeld door hen op te halen als ze misbruikt waren door een gewelddadige partner, als ze teveel gedronken hadden of gewoon na een evenement.3

Zijn deze principes alleen van toepassing op de persoonlijke omgang met mensen of kunnen we deze ook toepassen op hoe we als kerk of christelijke organisatie in het publieke domein communiceren over dit onderwerp? Kun je die twee wel scheiden van elkaar? Ik denk dat we ons er altijd van bewust moeten zijn dat hetgeen we via het geschreven woord publiceren, of via andere media communiceren, ook gelezen en gezien wordt door mensen met wie we op persoonlijk vlak in aanraking komen. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp zal het nooit voldoende zijn alleen maar een boodschap te brengen die betrekking heeft op ‘gedrag’ of op het ‘hoofd’. Ik raak er meer en meer van overtuigd dat de boodschap van Gods liefde de centrale plek dient in te nemen. En als God van mensen houdt, dan is het ook onze opdracht van mensen te houden en dit te laten zien.

 

Voetnoten

1 Een positieve kijk op zwakheden, decembernummer 2010, p. 1-4.

2 New Direction kiest nieuwe richting, december 2008, p. 4-8.

3 Het artikel “You CAN’T be a Christian – I don’t hate you!” is te lezen op de website van de Canadese organisatie New Direction: www.newdirection.ca. Het is verder de moeite waard om op deze website te bekijken hoe New Direction naar buiten treedt.

 

Vragen om over na te denken:

1. De schrijver gaat ervan uit dat wij als christenen niet in de eerste plaats een moraal moeten prediken maar dat we geroepen zijn om in hoe en wat we communiceren te laten zien wie God is. Vergelijk deze benadering met de drie voorbeelden aan het begin van dit artikel. Wat wordt hier gecommuniceerd en hoe zou dat anders kunnen?

2. In hoeverre is er in jouw leven een relatie tussen enerzijds jouw geloofsbeleving en jouw unieke zoektocht in hoe om te gaan met homoseksualiteit en anderzijds de manier waarop je vindt dat christenen hun boodschap over homoseksualiteit zouden moeten uitdragen?

3. Als christenen in contact komen met het onderwerp homoseksualiteit of als hun mening daarover gevraagd wordt, hebben sommigen de neiging om a vooral te benadrukken dat homoseksualiteit tegen Gods bedoeling ingaat.

Herken je dit in je eigen leven? Wat vind je hiervan? Waar komt dit, denk je, uit voort?

4. Hoe denk je dat christenen, kerken en christelijke organisaties een balans kunnen vinden tussen het vasthouden aan een Bijbelse visie op seksualiteit en de Bijbelse opdracht om vredestichters te zijn en mensen van harte lief te hebben?

5. Welke balans is er in jouw leven, jouw kerk of jouw christelijke organisatie wat betreft het uitdragen van een boodschap tussen wat homoseksuele mensen te horen krijgen en wat ze zien?