Seans “coming out”

Seans “coming out”

  • oktober 2015
  • Posted By spring
  • 0 Comments

Ik stond met mijn vriendin Mary in een lege Starbucks. Wij stonden beiden ingepland voor de zondagochtenddienst in een pas geopend restaurant. Onze derde collega had zich ziek gemeld, dus stonden we er samen voor. Mary merkte op dat ik de laatste maanden veranderd was, maar niet op een positieve manier. Waar ik vroeger altijd vrolijk was, giechelig grapjes maakte en zemelige christelijke liedjes zong om haar aan het lachen te maken, werd ik nu steeds somberder en teruggetrokken. Als vriendin vroeg ze mij waarom ik zo afstandelijk was. Het was mijn diepst verborgen geheim en slechts één andere persoon wist ervan. Mijn handen zweetten, ik greep het aluminium blad vast en staarde naar de grond. Eindelijk stotterde ik de woorden die mij zoveel pijn deden om toe te geven. “Mary,” zei ik, “ik ben homo.”

“OK…” antwoordde zij, “maar wil jij homo zijn?” Niemand had mij ooit eerder die vraag gesteld. Niemand had mij ooit die keuze voorgehouden. Ik wist dat ik niet als homo geboren was, maar dat ik op een of andere manier homoseksuele gevoelens ontwikkeld had en nu kon ik ze niet meer kwijtraken.

Kind zonder ouders

Ik werd in Miami geboren. Ik had een Cubaanse moeder en een Colombiaanse vader. Door allerlei omstandigheden waren mijn moeder en vader niet in staat om mij op te voeden. Ik werd bij mijn tante en grootmoeder ondergebracht. Als ik nu terugkijk, kan ik zien dat mijn hele familie van mij hield, maar ik heb moeten leren dat de feiten soms niet goed geïnterpreteerd worden en dat voor een kleine jongen met veel onbeantwoorde vragen misvattingen gemakkelijk voor waarheid gehouden kunnen worden. Ik vroeg me af waarom mijn ouders niet bij mij waren zoals de ouders van de andere kinderen. Mijn tante en grootmoeder vertelde me nooit waarom dat zo was. Ze vertelden alleen dat mijn vader en moeder heel veel van me hielden. Stripverhalen en kinderfilms gaven me het enige antwoord dat ik kon vinden: “Wat is een kind zonder ouders? Een wees.” Ik trok de conclusie dat mijn moeder en vader me verlaten hadden zoals ook in de verhalen en films vaak een kleine baby werd achtergelaten op de stoep van een aardige familie. Ik kende mijn moeder nauwelijks en zag haar bijna nooit. Mijn vader woonde in Colombia en ik had geen enkele herinnering aan hem. Ik vroeg me af wat hen ertoe gebracht had van mij weg te gaan.

Een kleine prins

Voor mijn tante en grootmoeder was ik de kleine prins van deze wereld. Geen wens bleef onbeantwoord. Als ik een fiets wilde, kreeg ik een fiets. Als ik bepaald speelgoed wilde, had ik het binnen een week. Ik herinner me een kerstfeest met tientallen Ninja Turtle figuren! Maar beide vrouwen hadden ook hun wonden en hoewel ze zielsveel van mij hielden, wisten ze niet altijd hoe ze mij moesten liefhebben. Mijn tante dacht dat zij het gemis van mijn vader én mijn moeder moest goedmaken. Zij had het er moeilijk mee om steeds de balans te vinden tussen de zorgende moeder en de strenge vader, die zij allebei wilde zijn.

Het gevolg was dat zij vaak dreigde om mij naar een militaire school te sturen als ik slechte cijfers haalde. Veel nachten huilde ik, bang dat ik zou worden weggestuurd vanwege een slecht rapport in mijn boekentas. Mijn grootmoeder was in het verleden ook verwond en had een hekel aan mannen. Een hekel die ze vaak tegenover mij uitte.

Mijn eerste kusje

Zoals ik hiervoor al zei, ik wist dat ik niet als homo geboren was. Ik herinner me dat ik als klein jongetje meisjes graag mocht en dat ik vaak kinderlijk verliefd op ze was. Ik herinner me mijn eerste kusje met Maria achter het meer en ik vond dat leuk. Maar toen ik ongeveer 8 jaar was, werd seksualiteit voor mij bedorven. Ik werd toen seksueel misbruikt door een jongen uit de buurt. Dit ging gepaard met heel veel schaamte en in plaats van dat mijn familie het gebeuren bespreekbaar maakte, verhuisden we naar een andere buurt en werd er nooit meer over gesproken.

Super Nintendo of porno

In deze nieuwe omgeving raakte ik bevriend met een andere jongen en zijn zusje. Onze vriendschap begon heel onschuldig. We speelden ieder middag Super Nintendo, zoals jongens uit groep vier dat doen. Hun ouders waren nooit thuis en onze nieuwsgierigheid bracht ons in de problemen toen we pornografie ontdekten. We speelden al gauw geen Mario Kart meer, daarvoor in plaats kwam het kijken naar pornografie. Mijn vriendje, zijn zusje en ik zaten voor de TV gekluisterd en keken de hele middag naar porno. Dit was voor mij het begin van een echte pornoverslaving. Ik voelde me aangetrokken tot de vrouwen in de film, maar voelde me lelijk en onwaardig, ik verdiende hen niet. Ik legde het verband dat mooie mannen mooie vrouwen verdienen en ik werd afgunstig op de mannen in de film en wenste te zijn als zij. In de loop van de tijd dat ik porno keek, richtte mijn fixatie zich op de mannen, ik bestudeerde hun lichaam en vergeleek het met het mijne. Ik haatte mijzelf en ik wenste dat ik er uitzag zoals zij.

Toen ik twaalf was, kreeg ik mijn eerste computer met internet en daarmee had ik een nieuwe toegang tot pornografie. Aangezien mijn fixatie op mannen gericht was, surfte ik al gauw naar homoporno, waar het mannenlijf verafgood werd. In het begin walgde ik ervan, maar omdat ik er toch steeds aan blootgesteld werd, raakte ik er ongevoelig voor. Tijdens mijn pubertijd ging ik seksualiteit steeds meer plaatsen in een kader van homoseksualiteit. Wat eerst walgelijk voor mij was, werd aanvaardbaar en zelfs wenselijk, totdat het uiteindelijk onontkoombaar werd.

“Heilig boontje”

In die tijd had ik ook mijn vertrouwen op Christus gesteld. Ik las mijn Bijbel, sloot me aan bij een kerk, nam deel aan een jeugdgroep en werd zelfs de leider van een Bijbelclub op mijn school. Ik hield zo van Jezus dat bijna alle vierduizend studenten van mijn school mij kenden als “heilig boontje.” In die tijd dacht ik dat ik mijn klasgenoten het meest kon dienen door een stralend gezicht op te zetten en te doen alsof ik een blije christen was. Ik dacht dat iedereen dan aan mij kon zien hoe geweldig het was om christen te zijn, zodat zij dat allemaal ook zouden willen. Maar terwijl ik op school liet zien hoeveel ik van Jezus hield, worstelde ik in het geheim met mijn seksuele gevoelens voor mannen. Ik dacht dat ik er met niemand over kon praten uit angst “Christus te schande te maken” en een “struikelblok” te zijn voor zwakke gelovigen. Jammer genoeg kwam ik er pas na mijn middelbare schooltijd achter dat Jezus geen chocolade snack is waarvoor je reclame moet maken, maar dat Levend Water zichzelf kan verkopen. Ik begon een dubbelleven te leiden. Hele nachten keek ik naar pornografie om de volgende morgen weer naar school te gaan en te doen alsof er niets aan de hand was. Ik zocht wanhopig naar antwoorden, maar was te bang om ernaar te vragen.

Mijn hele leven had ik ervan gedroomd om op een dag met een meisje te trouwen, een gezin te stichten, onze kinderen naar de universiteit te zien gaan en samen oud te worden. Mijn geloof en mijn kennis van de Bijbel vertelden mij dat homoseksualiteit niet in overeenstemming was met Gods wil voor mijn leven. Overal om mij heen hoorde ik leraren en de moderne popcultuur mij vertellen dat ik als homo geboren was, dat ik het moest accepteren en dat ik “uit de kast moest komen.”

Ten diepste had ik het gevoel dat de hele wereld mij probeerde te overtuigen dat ik mijn geloof en al mijn dromen over een familieleven moest inruilen voor een label en voor een leven waar ik helemaal geen deel aan wilde hebben. Dus ik probeerde te bidden. Ik geloofde dat God gebeden van zijn getrouwen verhoort en geloofde dat God de strijd zou wegnemen. Ik probeerde het te negeren en deed alsof het niet bestond, maar het kwam iedere keer heftiger naar boven, totdat ik uiteindelijk elke nacht op de vloer van mijn kamer lag te huilen en God smeekte of Hij mij wilde doden of de strijd wegnemen. Maar Hij deed dat niet.

Coming out

De zomer na mijn diplomering vertelde ik uiteindelijk een vriend van mij die homo was over wat ik meemaakte. Ik voelde de vrijheid om dat te doen. Hij vertelde mij alles wat ik altijd al had willen horen. Hij vertelde mij dat ik er goed uitzag, dat hij van mijn gevoel voor humor hield en dat hij al een poos een oogje op mij had. Maar de vrijheid die ik voelde verdween al snel toen ik besefte dat ik meer en meer een persoon werd die ik niet wilde zijn, met een toekomst die ik verafschuwde. Ik begon me terug te trekken en werd somber. En dit was het moment dat Mary mij daarmee confronteerde. Zij keek niet naar mij met christelijk meeleven op haar gezicht zoals ik zelf vaak naar mensen had gekeken. Zij wilde echt het beste voor mij en zij wilde echt weten of ik gelukkig was om homo te zijn. Ik zei tegen haar: “Natuurlijk niet, Mary! Maar wat moet ik anders. Ik heb alles geprobeerd om geen homo te zijn, maar hier sta ik!” Nu begrijp ik dat het probleem ontkennen en doen alsof het niet bestaat niet “alles proberen” is. Het negeren van een baby en doen alsof hij niet bestaat, laat hem niet ophouden met huilen.

Zij had niet alle antwoorden, maar zij vertelde mij dat ze gehoord had van een supportgroep voor mensen die probeerden de homoseksuele levensstijl te verlaten. Het was voor het eerst dat ik daarover hoorde. Aan het einde van die maand meldde ik me aan en ontmoette tien andere mensen, die net als ik seksuele gevoelens hadden, die ze nooit gewild hadden (en sommigen van hen hadden de homoseksuele levensstijl met succes achter zich gelaten!) De maand daarna ging ik naar een Exodusconferentie en ontmoette meer dan duizend mensen uit het hele land en sommige zelfs uit andere delen van de wereld. Dit was het antwoord op de vragen die ik zolang niet had durven stellen en ik realiseerde me dat ik me niet hoefde te schamen en dat ik niet bang hoefde te zijn om vragen te stellen.

Hoop

Toen ik terug kwam was er echt iets veranderd. Niet dat er iets bijzonders was gebeurd op de conferentie, maar gewoon omdat ik voor het eerst sinds jaren hoop had. Hoop dat ik geen leven hoefde te leven waar ik ongelukkig mee was. Hoop dat mijn dromen over een familieleven uit konden komen en dat ik geen slaaf hoefde te zijn van de omstandigheden. Hoop omdat ik echte mensen zag die, ondanks hun homoseksuele gevoelens, gelukkig waren: sommigen waren getrouwd en anderen waren heel tevreden met hun single-zijn.

De vijf jaren die volgden, waren moeilijk. Er was nog veel werk te doen. Ik had door de jaren heen gewoontes en verslavingen ontwikkeld, die niet van de ene dag op de andere weg waren. Maar de sleutel was contact met mensen.

Ik wil niet dezelfde fout maken die ik vroeger op school gemaakt heb en waardoor ik iedereen om de tuin geleid heb. Het werk is nog niet af. Ik moet nog steeds groeien. Zodra een probleem is opgelost, dient het andere zich aan en vraagt om aandacht. Zo is het leven. Ik wil niet zeggen: “Ik was homo, maar nu is alles OK.” Zo is mijn verhaal helemaal niet. Integendeel, ik kwam mijzelf tegen in een levensstijl waar ik geen deel aan wilde hebben. Ik gaf mezelf een label dat ik niet wilde en werd een persoon die ik niet herkende, totdat iemand mij een keuze voorhield, totdat iemand mij vertelde dat ik geen homo hoef te zijn. Het gaat erom dat je de kracht vindt om het leven te leven dat je wilt leven.

Wat voor soort leven wil jij?

Om privacyredenen zijn de namen veranderd.